Financiële samenvatting

De financiële ontwikkeling van het meerjarenperspectief kan grofweg ingedeeld worden in twee categorieën: ontwikkelingen die van invloed zijn op de baten en lasten van het bestaande beleid en/of nieuwe wettelijke opgelegde taken (exogene en autonome ontwikkelingen) en ontwikkelingen door beleidswijzigingen of op specifiek verzoek van de raad (nieuw beleid en intensivering). In onderstaande tabel zijn de totalen weergegeven.

Kadernota 2027 - 2030

2027

2028

2029

2030

Vastgestelde begroting - raad november 2026:

Primitieve begroting

-1.484

-732

218

221

Amendementen Meerjarenbegroting

-17

-92

-92

-92

Nota van Wijziging voorgaand jaar

0

0

-4

-22

Raadsbesluiten uit voorgaand jaar

-260

-2.028

-1.891

-1.662

Raadsbesluiten

0

-48

-47

-45

Uitgangspositie Kadernota

-1.761

-2.901

-1.816

-1.600

Exogene en autonome ontwikkelingen

-1.991

-1.731

-2.181

-2.231

Intensiveringen bestaand beleid

-678

-269

-269

-269

Ombuigingen

510

510

510

510

Loon- en prijsontwikkeling

-1

-2

-1

-1

Nieuw beleid

-90

-20

-20

-20

Actualisatie Investeringsplan

1.497

767

50

127

Structurele onttrekking Algemene reserves

612

1.820

1.820

1.820

Totaal effect Kadernota 2027 - 2030

-140

1.076

-90

-63

Geactualiseerd meerjarenperspectief

-1.902

-1.825

-1.906

-1.663

Correctie voor saldo incidentele baten en lasten

1.901

1.825

0

0

Structureel begrotingssaldo 2027 - 2030

0

0

-1.906

-1.663

Bedragen x € 1.000

Financiële positie

Deze kadernota bevat een sluitende uitgangspositie voor de begrotingsjaren 2027 en 2028. Dit is mogelijk doordat terughoudend is omgegaan met nieuwe beleidsvoornemens, er een aantal beleidsarme ombuigingen is verwerkt en de kritische blik op de investeringsplanning. Daarnaast is de algemene reserve gedeeltelijke ingezet als structurele dekking. Binnen de geldende toezichtkaders kan de gemeente hiermee met een sluitende kadernota voor 2027 en 2028 de meerjarenbegroting voor de komende jaren opstellen.
Voor bepaalde onderdelen stelt het college voor om extra middelen beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld voor regionale bereikbaarheid. Daarnaast zijn bijstellingen nodig doordat sprake is van onontkoombare exogene en autonome ontwikkelingen, zoals de decembercirculaire 2025, doorstroomlocaties voor nieuwkomers en de stijging van de jeugdzorgkosten. De stijging van de jeugdzorgkosten in 2025 valt lager uit dan eerder gemeld in raadsbrief 4493. De structurele doorwerking in de kadernota is zodoende ook naar beneden bijgesteld.
Het investeringsplan is geactualiseerd en als bijlage toegevoegd. De financiële effecten van nieuwe of geïntensiveerde investeringen zijn in deze kadernota verwerkt.

Voorjaarsnota van het Rijk

Nadat de (financiële) consequenties van deze kadernota zijn opgesteld en uitgewerkt, heeft het Rijk de Voorjaarsnota 2026 uitgebracht. De Voorjaarsnota 2026 geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Hierin is aangekondigd dat er extra compensatie voor loon- en prijsstijgingen komt, waardoor dit beter zou moeten aansluiten bij de daadwerkelijke kosten ontwikkeling. Daarnaast wordt het uitstel van de eigen bijdrage voor de Wmo naar 2028 en de toekomstige afschaffing van huishoudelijke hulp (2029) benoemd. Bij de laatste gaat het landelijk om een korting van € 1 miljard op het gemeentefonds. Het financiële effect van de voorjaarsnota op onze gemeentebegroting wordt begin juni bekend, nadat de meicirculaire gemeentefonds is gepubliceerd.

Gemeentelijke reserves

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft een goede reservepositie. Het betreft hier onder andere een algemene reserve vrij besteedbaar en diverse bestemmingsreserves. De algemene reserve kan, binnen de daarvoor vastgestelde kaders, beperkt worden ingezet voor structureel beleid.

De bestemmingsreserves zijn onder andere gekoppeld aan duurzaamheid en energietransitie, mobiliteit, onderwijshuisvesting, vluchtelingenopvang en langer zelfstandig wonen. De omvang van de bestemmingsreserves maakt het mogelijk dat de gemeente fors investeert in belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, zonder dat dit ons meerjarenperspectief raakt of dat er op andere belangrijke taakvelden ingegrepen moet worden. Het gaat hier altijd om incidentele uitgaven vanuit de diverse bestedingsplannen. Als de plannen tot uitvoering worden gebracht neemt het saldo in de bestemmingsreserves af totdat de volledige reserve is ingezet. Ondanks dat blijft de solvabiliteit de komende jaren ruim boven de 30%.

In onderstaande tabel is het verloop van de reserves weergegeven.

Reserve

Stand
31-12-2025

Stand
31-12-2026

Stand
31-12-2027

Stand
31-12-2028

Stand
31-12-2029

Stand
31-12-2030

Reserves

Algemene reserve

73.414

57.665

54.957

53.300

50.871

48.040

Bestemmingsreserve

149.110

143.888

137.135

130.719

126.319

123.437

Totaal

222.524

201.552

192.092

184.019

177.191

171.478

Deze pagina is gebouwd op 05/28/2026 14:49:27 met de export van 05/28/2026 14:38:18