Voor u ligt de Kadernota 2027 ‑ 2030. Dit jaar is er vanwege de overgang tussen twee raadsperiodes sprake van een beleidsarme Kadernota. Doel van de Kadernota is om vooruitlopend op de Begroting 2027-2030 inzicht te geven in het actuele financiële meerjarenperspectief.
De Kadernota staat in het teken van voortzetting van het bestaande beleid, binnen een krap financieel kader. Tegelijkertijd wordt de gemeente geconfronteerd met een aantal maatschappelijk en financieel lastige dossiers. Deze ontwikkelingen vragen om noodzakelijke en zorgvuldige afwegingen.
Voortzetting huidig beleid
Het uitgangspunt voor deze Kadernota is het onverminderd voortzetten van het huidige vastgestelde beleid. Dit betekent dat ambities, doelstellingen en beleidskeuzes zoals vastgelegd in eerdere raadsbesluiten en de laatst vastgestelde programmabegroting leidend blijven.
Nieuwe beleidsinitiatieven worden in beginsel niet voorgesteld, tenzij deze:
- voortvloeien uit wettelijke verplichtingen;
- noodzakelijk zijn om continuïteit van de uitvoering te borgen;
- of onontkoombaar zijn vanwege maatschappelijke ontwikkelingen.
Aandacht voor complexe dossiers
Binnen de voortzetting van het huidige beleid vragen enkele dossiers nadrukkelijk extra aandacht:
- Nieuwkomers
De opvang, huisvesting en begeleiding van nieuwkomers blijft de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. De maatschappelijke opgave is groot en de financiële dekking vanuit het Rijk staat onder druk. Dit vraagt om blijvende inzet, maar ook om realisme ten aanzien van de haalbaarheid en betaalbaarheid. - Jeugd
Het jeugdbeleid, en met name de jeugdhulp, blijft zorgen baren. De vraag naar ondersteuning neemt toe, terwijl de kosten structureel hoger uitvallen dan beschikbare middelen. Ondanks ingezette beheersmaatregelen blijft dit een financieel risicovolle ontwikkeling.
Financieel perspectief
Het financiële perspectief voor de periode 2027–2030 is voor de jaren 2029 en 2030 negatief. Dit hangt samen met stijgende kosten in het sociaal domein, met name binnen de jeugdzorg, toenemende lasten voortvloeiend uit het integraal onderwijshuisvestingsplan en afnemende structurele rijksbijdragen vanaf 2028.
Zonder aanvullende maatregelen is het niet mogelijk om op middellange termijn tot een sluitende meerjarenbegroting te komen.
De financiële ruimte om tegenvallers op te vangen of nieuwe ontwikkelingen te faciliteren is zeer beperkt. De beschikbare reserves bieden slechts in beperkte mate een veelal incidentele oplossing. Dit vraagt om bestuurlijke keuzes en een heldere prioritering binnen het gemeentelijk takenpakket.
Richting de begroting is het belangrijk om verder te sturen op het versterken van de structurele balans. Daarbij wordt kritisch gekeken naar voor welke posten indexatie noodzakelijk en onvermijdelijk is, en waar mogelijkheden liggen om binnen de bestaande kaders ruimte te creëren. Dit gebeurt onder meer via de jaarlijkse integrale doorlichting van de begroting, waarbij zowel uitgaven als inkomsten zorgvuldig tegen het licht worden gehouden.
Verkenning ombuigingen
Gelet op het structureel negatieve financiële beeld is een onderzoek uitgevoerd naar mogelijke ombuigingen. Dit onderzoek is uitgevoerd door BMC en heeft als doel inzicht te geven in potentiële maatregelen om het financieel evenwicht te verbeteren. Het BMC ‑ rapport bevat een brede inventarisatie van denkbare ombuigingsopties; variërend van efficiencymaatregelen tot beleidsmatige keuzes.
Het BMC ‑ rapport moet nadrukkelijk worden gezien als het begin van een verkenning, niet als een uitgewerkt voorstel. In deze kadernota is er reeds een aantal beleidsarme ombuigingsmogelijkheden doorgevoerd. Verder biedt het rapport een basis voor het gesprek over:
- de omvang van de beleidsvrijheid binnen de begroting;
- de mogelijke richtingen voor ombuigingen;
- en de bestuurlijke en maatschappelijke consequenties daarvan.
Eventuele vervolgstappen zijn afhankelijk van de verdere financiële ontwikkeling van het meerjarenperspectief. Indien vervolgstappen nodig zijn worden deze zorgvuldig voorbereid en in nauwe afstemming met de gemeenteraad worden gezet.
Tot slot
Met deze Kadernota wordt beoogd duidelijkheid te bieden over de koers voor de komende jaren. De inzet blijft gericht op het voortzetten van het huidige beleid, terwijl tegelijkertijd onderkend wordt dat de financiële werkelijkheid dwingt tot het verkennen van lastige keuzes. De komende periode zal in het teken staan van het verkennen van lastige keuzes, waarin we gezamenlijk op zoek moeten gaan naar een duurzame balans tussen ambities en middelen.
Het college van burgemeester en wethouders,
Martijn Vroom
Astrid van Eekelen
Bianca Bremer
Marcel Belt
Philip van Veller
